Workshop Architecten: wij zijn een ambachtelijk laboratorium

Platform jong talent

Workshop Architecten: wij zijn een ambachtelijk laboratorium

Door: Jacqueline Knudsen | 19-09-2017

Wij streven naar gebouwen met een gelaagdheid. Gebouwen waar je telkens iets nieuws aan ontdekt. Leidend bij elk project zijn functie en gebruiksgemak. Wij ontwerpen met de context, de gebruiker en het materiaal mee. We ambiëren tijdloze gebouwen die veranderingen kunnen absorberen, die zich vanzelfsprekend in hun omgeving voegen en daar een extra laag aan toevoegen. Wij zijn een ambachtelijk laboratorium, waarin we binnen bestaande tradities met aandacht experimenteren en vernieuwen.

Voor een bureau dat amper een jaar bestaat heeft Workshop Architecten inmiddels een zeer gedegen portfolio. Voor een particuliere opdrachtgever werd een robuust huis van baksteen gerealiseerd. In de klusflat Kleiburg in de Bijlmer werd een eigentijds woonklooster ingericht; om kosten te besparen ontwierp én vervaardigde het Amsterdamse bureau zelf het meubilair van berken-multiplex. Binnenkort start in Amsterdam de bouw van een complete basisschool.
Maar de blikvanger van Workshop Architecten is natuurlijk de opvallende woonschuur op een landgoed in Gelderland, een strak gebouw van zwart hout dat werd besproken op grote internationale architectuurblogs als Dezeen.com, Designboom.com en Archdaily.com. Bovendien waren deze en alle andere projecten dit voorjaar te zien op een solotentoonstelling in het Amsterdamse architectuurcentrum Arcam.
‘We hebben alledrie ook al enige tijd zelfstandig gewerkt en besloten pas een jaar geleden om samen één bureau te vormen. Deze projecten zijn dus vaak door een van ons opgestart maar vervolgens gezamenlijk afgerond’, verklaart Ard Hoksbergen (1981) deze enorme output van Workshop Architecten (WA), dat verder bestaat uit Ivar van der Zwan (1968) en Milad Pallesh (1987). ‘We hebben dezelfde opvattingen over wat goede en eigentijdse architectuur is, dus was het afronden van deze lopende projecten een vloeiend proces’, zegt Van der Zwan. Pallesh: ‘Maar tegelijkertijd vullen we elkaar aan door onderlinge verschillen. Dat is nou juist de toegevoegde waarde van een samenwerking. Dat je elkaar aanmoedigt én uitdaagt.’

Vijf uitgangspunten

Om te beginnen met de overeenkomsten: ‘Wij streven naar gebouwen met een gelaagdheid. Dat wil zeggen dat een gebouw de gebruiker dient, tot in detail goed is afgewerkt en context heeft. Gebouwen waar je telkens iets nieuws aan ontdekt’, zegt Van der Zwan. ‘Daarvoor hebben wij vijf uitgangpunten omschreven. Leidend bij elk project zijn functie en gebruiksgemak; wij maken geen sculpturen en statements maar gebouwen waarin mensen vanzelfsprekend hun weg kunnen vinden. Wij ontwerpen met de materiaaleigenschappen mee. Daarnaast bouwen wij voor de toekomst, wat betekent dat gebouwen duurzaam zijn maar ook veranderingen kunnen absorberen, zodat ze in principe tijdloos zijn. Ook moet een gebouw zich vanzelfsprekend naar zijn omgeving voegen en daar een extra laag aan toevoegen. Ten slotte is ook het proces essentieel. Hoe verhoud je je tot de aannemer? Wat wil een opdrachtgever? Wat zijn de kwaliteiten van de ambachtslieden waarmee je werkt? Maar ook de vergunningen en procedures wegen mee in het eindresultaat.’ Hoksbergen vult aan: ‘Wij zijn een ambachtelijk laboratorium, waarin we binnen bestaande tradities met aandacht experimenteren en vernieuwen.’ Oftewel, maakbaarheid en ambachtelijkheid staan voorop.

Geen schreeuwers

Opvallend afwezig in deze mission statement is esthetiek. Een streven naar schoonheid zit toch in het architecten-dna? ‘Ook wij zijn estheten’, nuanceert Pallesh. ‘Maar het is niet waarmee wij een ontwerp beginnen. Wij zijn geen schreeuwers. De schoonheid volgt uit de harmonie in materiaalgebruik, de optimale gebruiksvorm en al die andere factoren.’ Inderdaad is een duidelijk herkenbare stijl niet te ontwaren in het portfolio van WA. ‘Gelukkig is dat ook geen doel op zich’, zegt Van der Zwan. ‘Kwaliteit is belangrijker dan dat iedereen kan zien dat er ergens weer een Workshop-gebouw staat.’ Volgens Hoksbergen maken ze gebouwen die enigszins terughoudend zijn en niet onmiddellijk in het oog springen. ‘Een houten schuur met zadeldak is niet iets waar je meteen van opkijkt op het platteland, ook al is hij zwart. Maar als je er vervolgens aandacht aan schenkt, dan zie je dat het geen gewone schuur is. Dat er bijvoorbeeld op een zorgvuldig afgebakende ruimte tussen de houtplanken zit, zodat overdag de lichtinval binnen bijzonder is, terwijl de schuur ’s avonds oplicht. Dan zie je ook dat de schuur wel erg rank en minimaal is. Die gelaagdheid is ook een vorm van schoonheid.’

Cirkelzagen en cementbakken

Ook vernieuwing is geen vastomlijnd doel op zich. ‘Wij zijn niet van het parametrisch ontwerpen, als je daarop doelt’, verduidelijkt Pallesh. ‘Als wij vernieuwen, doen wij dat in bestaande tradities. Door terug te grijpen op een verleden of een bestaande context, wordt een gebouw vanzelfsprekend. Juist zo kun je toekomstbestendige gebouwen realiseren.’ Pallesh zou WA eerder omschrijven als een ambachtelijk laboratorium. ‘Wij hebben een eigen werkplaats waar we werken aan schaalmodellen en materiaalproeven.’ Voor de duidelijkheid: daar staan dus geen 3D-printers maar cirkelzagen, cementbakken en schuurmachines. ‘Om te kijken hoe materialen zich verhouden, maken we daar een detail van een gebouw na van hout en baksteen. Of we gieten een maquette van beton om in de vingers te krijgen hoe een vorm zich vertaald in een glad materiaal. We hebben zelfs kozijnen in de blubber gelegd om te kijken hoe bestendig ze zijn tegen brute omstandigheden. Alleen zo kun je een ambachtelijke kwaliteit van een gebouw garanderen.’

Drie maal Archiprix

Nog een belangrijke overeenkomst is dat ze alledrie na het afronden van de Academie van Bouwkunst in Amsterdam de Archiprix hebben gewonnen. Hoksbergen als eerste in 2011, gevolgd door Van der Zwan in 2015 en Pallesh in 2016. Hoe belangrijk het winnen van deze prijs is, blijkt uit het feit dat de winnende ontwerpen opdrachten hebben gegenereerd waaraan WA nu werkt. Naast deze ambachtelijke architectuur wil het bureau zich verdiepen met stedenbouwkundige onderzoeken. Naar aanleiding van de Archiprix-inzending van Van der Zwan – een onderzoek naar binnenstedelijke verdichting – nodigde het Atelier Rijksbouwmeester WA uit om een strategie te formuleren voor de westelijke tuinsteden in Amsterdam. ‘Er moeten de komende jaren meer dan 70 duizend nieuwe woningen worden gebouwd. Dat biedt een uitgelezen mogelijkheid voor de gefragmenteerde tuinsteden. We pleiten voor autoluwe groenzones en een rondweg die het gehele stadsdeel verbindt. Rond deze plekken moet hoogwaardige hoogbouw komen. Daarachter ligt de oorspronkelijke bebouwing die zorgt voor diversiteit. De tuinsteden worden zo een echte grootstedelijke en toch afwisselende leefomgeving met veel groen.’

Gevoelige architectuur

Maar verschillen tussen de drie partners zijn er dus ook. Een oud-medewerker maakte een cartoon van het drietal, waarbij ieder één eigenschap kreeg toebedeeld. Bij Pallesh staat gevoel voorop. ‘Ik streef naar architectuur die iets kan betekenen, die een verschil kan maken.’ Hoksbergen staat voor samenbrengen. ‘Waar willen we heen als bureau. Waar liggen nieuwe opgaven? Wie zouden we nodig hebben om dat project te realiseren. Ik ben meer van de ondernemende kanten van een architectuurpraktijk.’
Van der Zwan is als perfectionist gefocust op kwaliteit. ‘Ik stop niet voor dat het helemaal perfect is, tot in de kleinste details.’ Waarna de andere twee aanvullen dat hij ook goed is in strategie en communicatie. ‘Deze accentverschillen maken de samenwerking constructief.’ Voor een deel zijn deze verschillen te verklaren door een andere werkachtergrond. Zo had Van der Zwan er al een succesvolle loopbaan opzitten als communicatiestrateeg voordat hij als late dertiger een switch maakte naar architectuur. ‘In beide gevallen verleid ik mensen tot ander gedrag door middel van één sterk concept dat vervolgens tot in details wordt uitgewerkt; als architect gebruik ik daarvoor een gebouwde omgeving.’

Proeftuin Erasmusveld

Een gebouwontwerp waaraan ze vanaf de start volledig samen aan werken is de prijsvraag Proeftuin Erasmusveld, een complex van honderd woningen aan de stadsrand van Den Haag. WA was winnaar met een ontwerp, waarin werd samengewerkt met Marco Broekman en Lint Landscape Architecture. ‘Het solitaire blok heeft een rigide structuur maar bewoners kunnen meedenken over gezamenlijke ruimtes. Op elke etage zijn ruimtes die bewoners zelf kunnen invullen, bijvoorbeeld als logeerkamer, werkruimte of zorgvoorziening. Om daarover met elkaar in contact te komen, hebben we een speciale app ontwikkeld. De vraag naar dit soort woningen waarin bepaalde voorzieningen worden gedeeld zijn sterk in opkomst.’
Een voedingsbodem voor dit innovatieve bouwtraject was het winnende Archiprix-ontwerp van Pallesh van een informele zorgstructuur in een Amsterdamse volksbuurt. ‘Onder bewoners met een migratieachtergrond is de sociale interactie veelal sterker. Die hoef je alleen nog te faciliteren door de aanleg van openbare binnentuinen en andere ontmoetingsplekken.’ Ook het ontwerp voor Proeftuin Erasmusveld voorziet in veel groen met sportroutes, wandelroutes, speelroutes, zitplekken en picknickbanken. Het gebouw loopt trapsgewijs af tot het zich uitnodigend opent aan een aangrenzend park. Omgekeerd loopt de begroeiing van het park vloeiend over in de oplopende groene daken. Proeftuin Erasmusveld wordt het eerste Workshop-gebouw, dat is ontstaan in een volledige en gelijkwaardige samenwerking van de drie partners zegt Pallesh. ‘Het gebouw is genereus naar de groene omgeving. Het is genereus naar zijn gebruikers en ook naar toekomstige gebruikers. Met de speciale bewoners-app hebben we ook het realisatieproces geïnnoveerd. Het heeft een ambachtelijke kwaliteit door de materialiteit en detaillering. Het is een groot blok maar door de baksteen krijgt het een vriendelijke uitstraling. Context, materiaal, gebruikers, toekomst en het proces – al onze uitgangspunten zie je er in terug.’

Questionnaire

Favoriet historisch gebouw? Het Schip in Amsterdam. (Milad Pallesh)
Favoriet hedendaags gebouw? Latapie-house, ontworpen door Lacaton & Vassal. (Ard Hoksbergen)
Favoriet Nederlands gebouw? Villa Henny. Als kind vond ik dat zó mooi dat ik architect wilde worden. (Ivar van der Zwan)
Favoriete architect? Alvar Aalto (Ard Hoksbergen)
Favoriete hedendaagse architect? Robbrecht en Daem (Ivar van der Zwan)
Favoriete Nederlandse architect? Koen van Velsen (Milad Pallesh)
Wanneer niet in Nederland, vanuit welk land zouden jullie dan willen werken? België (Ard Hoksbergen)
Wat is je droomopdracht? Een depot (Ivar van der Zwan)
Belangrijkste inspiratiebron buiten architectuur? Fotografie (Milad Pallesh)
Meest waardevolle advies ooit? Van oud-werkgever Albert Herder: Neem ontslag en ga ervoor. (Ard Hoksbergen)

Tekst Jeroen Junte, gepubliceerd in ArchitectuurNL 04 2017

Toelichting bij de afgebeelde projecten:

1-5. Boerenschuur Rijswijk (Gld.). Op een landgoed wilden de opdrachtgevers een verwaarloosde schuur uit de jaren zestig vervangen door een eigentijds ontwerp. De nieuwe schuur sluit aan op het landschap en de historische bebouwing op het erf. De hoofddraagconstructie bestaat uit vier houtskeletbouw schijven die de schuur in drie zones verdelen: een schapenschuur, een semi-transparante tussenzone en een appartement. Openingen in de schijven bieden zicht vanuit het appartement op het erf en op de oude hoogstamboomgaard. De semi-transparante tussenzone verbindt de zuidwestkant met de noordoostkant van het erf. De gevel bestaat uit zwart gebeitst Douglas hout, dat een contrast vormt met het onbehandelde hout aan de binnenkant.

6 en 7. In de studie verdichting Amsterdam Nieuw-West heeft Workshop Architecten onderzocht hoe door toevoeging van woningen tegelijkertijd de publieke ruimte en stedelijke dynamiek kunnen verbeteren. Langs nieuwe drukke verkeersroutes zorgt een hoge dichtheid voor dynamiek en een echt stedelijk karakter. Groenzones worden juist vrij van verkeer en nog ruimer qua opzet en voorzien van allerlei aantrekkelijke functies.

8 en 9. Het woongebouw in Erasmusveld Den Haag is een solitair blok met 100 woningen. Het gebouw daalt met zijn getrapte vorm af naar het park en wordt, ondanks zijn massa, als vanzelfsprekend opgenomen in de groene omgeving. Het gebouw is dooraderd met een reeks collectieve ruimtes die ingevuld kunnen worden als logeerappartement, hobbyruimte, flexwerkplek en buurtkamer. Ontwerp i.s.m. Marco Broekman en Lint Landscape Architecture.

10 en 11. Eigentijds woonklooster in de klusflat Kleiburg in Amsterdam Zuid Oost. Om kosten te besparen ontwierp én vervaardigde Workshop Architecten zelf het meubilair van berken-multiplex.

Gerelateerd

Tags: , , , , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.