Stoere eenvoud in schuurachitectuur

Stoere eenvoud in schuurachitectuur

Door: Anka van Voorthuijsen | 14-11-2017

Ingetogen qua materiaalgebruik en detaillering, uitbundig qua kap. De agrarische schuur is voor veel architecten een grote inspiratiebron bij het ontwerp van woningen en zorgvoorzieningen. Veel traditionele schuren die model staan voor deze gebouwen, zijn juist vervangen door grote rechttoe rechtaan loodsen. Toch nemen enkele boeren wel een architect in de hand om schuren te bouwen die passen in het landschap en bij de oude bebouwing.

Schuurvormen

Bijna 20 jaar geleden maakte architect Evelien van Veen (destijds partner van het bureau Drost + Van Veen Architecten, nu eigenaar van Van Veen Architecten) een nieuw ontwerp voor een kinderdagverblijf aan de rand van Utrecht. ‘De Kleine Kikker’ is duidelijk geïnspireerd op een boerenschuur. Logische keuze in die omgeving, zegt Van Veen. ‘Het ging om nieuwbouw in een agrarische omgeving, bij de voormalige monumentale boerderij de Uithof.’ En het mag dan op het eerste oog en in silhouet ‘gewoon’ een schuur lijken, dat is het natuurlijk niet. Het uitbundige kleurgebruik, de vorm van het dak met een knik erin zijn een duidelijke kwinkslag, zeker in combinatie met de omliggende gebouwen. De Kleine Kikker zou ook anno 2017 ontworpen kunnen zijn, schuurvormen zijn populair onder architecten én opdrachtgevers. Dat was destijds wel anders, herinnert Van Veen zich. ‘Het was meer de tijd van dozen neerzetten en ‘fuck the context’, een gevleugelde uitspraak van Rem Koolhaas.’ Een puntdak met zo’n hellingshoek als bij De Kleine Kikker, of zelfs een enorme rieten kap gebruiken zoals Drost + Van Veen bij de entreegebouwen van Plaswijckpark in Rotterdam deden: ‘dat was in die tijd eigenlijk niet gepast’, kijkt Van Veen terug op de destijds heersende mores onder Nederlandse architecten. Waarom koos zij er wél voor? ‘Ik heb in Engeland gestudeerd, daar werd je altijd al geleerd om juist wel naar de context te kijken. Zeker in een rurale omgeving, keek je naar de ensembles.’

Snelle opmars

Haar voorliefde voor schuurvormen komt ook terug in het ontwerp van de horecagelegenheid Brambergen, naast het bezoekerscentrum van Natuurmonumenten in ’s Graveland. Een gebouw waarin ook een sterrenwacht is opgenomen. ‘Daar kan het hele dak openschuiven, dan kun je sterren kijken.’ Van Veen constateert dat de schuurvorm aan een snelle opmars bezig is: ‘Het past natuurlijk altijd wel in een groene omgeving, in het Nederlandse landschap. Maar je ziet het ook te pas en te onpas.’ De reden? ‘Misschien is er weer een romantischer tijd aangebroken die samen gaat met meer belangstelling voor oude ambachten en typisch Nederlandse materialen als riet en baksteen. Als voorzitter van de commissie ruimtelijke kwaliteit in Eindhoven zie ik ook dat kappen steeds vaker worden voorgeschreven in beeldkwaliteitsplannen. Kappen verkopen.’

Eenvoudig en simpel model

Een schuur is een schuur, zegt architect Jetze Kuipers van bureau SKA. ‘Een schuur kenmerkt zich doordat het een eenvoudig, simpel model is. Robuust.’ SKA is de ontwerper van het project Heechstaete aan de rand van het Friese dorp Heeg. Op een aantal kavels, tussen een bedrijventerrein en het open land, komen woon-werkschuren. In het beeldkwaliteitsplan voor Heechstaete staat duidelijk dat het ontwerp moet refereren aan de landelijke Friese architectuur. Dat is gelukt: van afstand zie je vooral de eenvoudige kloeke vormen en hoofdzakelijk grote rode dakvlakken. Die rode dakpan, zie je in deze hoek van Friesland inderdaad veel, zegt Kuipers. Maar hij vindt niet dat het daarom een typisch Fries ontwerp is. ‘Want of het nu een Groningse of een Limburgse of een Nieuw-Zeelandse schuur betreft, het is vooral de eenvoud die de schuur kenmerkt. We gebruiken hier ook veel zwart hout. Natuurlijk refereert dat aan de zwart geteerde schuren van weleer, maar ook dat is niet typisch Fries; kijk bijvoorbeeld naar Scandinavië.’ Kuipers: ‘Natuurlijk is de omgeving een inspiratiebron, je let op de context, maar we moeten het nu ook weer niet overdrijven.’

Eenvoudig materiaalgebruik

Een schuur kenmerkt zich naast eenvoudig materiaalgebruik door weinig detaillering, vindt Kuipers. Minimalistische vormgeving qua architectuur. ‘Geen dakkapelletjes, geen serres, eenvoudig. Stoere vormen, simpel, niet te burgerlijk, vaak veel hout en andere eerlijke materialen. Een groot dak, en daar speelt alles zich onder af.’ Voor Heechstaete ontwierp het bureau tot nu toe een aantal varianten. ‘Die staan allemaal weer anders op de kavel. Qua vorm is het duidelijk familie van elkaar, maar ze worden allemaal verschillend.’ De hoofdvorm is het zadeldak, dat laag naar de grond toe gaat. Prominente dakvlakken, lage dakgoten. Onder die enorme daken zitten de functies, en ook veel overdekte buitenruimte. ‘Dat willen mensen tegenwoordig.’

Beeldkwaliteitsplan

De huidige populariteit van schuurachtige ontwerpen is volgens Kuipers ook verklaarbaar doordat in veel beeldkwaliteitsplannen tegenwoordig nadrukkelijk gerefereerd wordt aan deze architectuurvorm. ‘Als 10-15 jaar geleden ‘landelijke architectuur’ werd voorgeschreven dan betekende dat meestal in de praktijk: een boerderette bouwen. Nu hebben we gelukkig een passend alternatief en dat zien we nu overal. Zelfs de catalogusbouwers hebben het fenomeen ‘schuurarchitectuur’ ontdekt, al beperken zij zich vaak tot ‘het jasje’, de buitenkant.’ De opmars van schuurachtige architectuur beperkt zich overigens niet alleen tot de landelijke gebieden. Ook in meer stedelijke gebieden komen deze vormen terug. Zo is architectuurstudio SKA in Almere bezig met het ontwikkelen van een soort landelijke erven, met een stuk of zes woningen die onderling in vorm en volume verschillen maar qua materialisering op elkaar aansluiten. ‘Een ensemble waarbij min of meer de illusie wordt gewekt alsof er in de loop der jaren steeds een schuur bij geplaatst is.’ Al in 2004 kwam Hilberinkbosch Architecten kwam in Oud Empel met een ontwerp voor een eigentijdse variant op het boerenerf. Vier nieuwe woningen staan losjes over de locatie verspreid, ‘zoals bij de lokale boerenerven’. Eén stevig bakstenen hoofdhuis met grote schoorstenen, met een aantal ‘stallen’ in de buurt. Die verwijzen ook in bouwmethode (houten constructie met gebinten en dekbalken) naar de tradities van de streek.

Schuurarchitectuur

De site van architectuurbureau Onix NL uit Groningen kent zelfs een aparte pagina ‘schuurarchitectuur’ waarop tientallen gerealiseerde projecten staan. Allemaal zeer uiteenlopend qua vorm en materialisering, al zijn het allemaal onmiskenbaar schuurachtigen. ‘We houden de dynamiek erin’, zegt architect Haiko Meijer over die variëteit. Hij noemt ‘de schuur’ onder meer interessant omdat het over ‘formaliteit en informaliteit’ gaat, licht hij toe. ‘Er wordt daar gewerkt. Rommel is een factor waar je rekening mee moet houden in je ontwerp. Ik wil die informaliteit in mijn ontwerp een goede positie geven.’ Hij heeft wel affiniteit met, en liefde voor, de agrarische wereld en de boerencultuur, zegt Meijer. Het boerenerf, waar wonen, werken en ontspannen in verschillende gebouwen samen komen, de oude schuren met prachtige houten gebinten: een inspiratiebron. ‘Constructief waren die gebinten belangrijk: een gebouw kon mee bewegen met de wind en was flexibel in gebruik, een hele duurzame constructie. Nu zie je vaak dat de gebinten vast zitten aan het metselwerk.’ Ook in de ontwerpen van Onix NL wordt af en toe nog met die gebintenconstructie gewerkt ‘alleen als het relevant is. Het is geen dogma.’ Onix NL bouwt graag ‘in de context’, aldus Meijer. Een met eiken bekleed ontwerp bij een eikenlaan, een typisch Drentse schuurvorm ‘vertaald’ naar een moderne woning. Waarom de schuur nu ineens populair is? ‘Stoerheid past wel in de tijdgeest, je geeft informaliteit een plek. En zo’n schuur heeft de uitstraling alsof je er aan door kunt timmeren.’ Meijer: ‘Ter inspiratie hebben we zo’n tien jaar geleden een eigen architectonische definitie aan de schuur gegeven: een schuur is een functionele ruimte met karakter, die uitdaagt tot ander gebruik.’

Cataloguswoning

De site MijnSchuurwoning.nl is een initiatief van ontwikkelaar Rutger Gietema en het Groningse bureau VdpArchitecten. Het bureau ontwerpt schuurwoningen voor particulieren en projectontwikkelaars. Voor Pieter Bas Zwaga, architect bij VdpArchitecten is een schuurwoning ‘een huis dat eigenlijk vooral een geëxtrudeerde voorgevel is, een abstract volume waarbij het dak en de kop- en zijgevels op dezelfde manier gematerialiseerd zijn.’ Een schuurwoning heeft, vindt Zwaga, zo weinig mogelijk toeters en bellen: Eenvoudige ingrepen op het abstracte volume bij bijvoorbeeld de entree of de veranda oriënteren de woning op de kavel.

Loodsen van damwand

De schuren die model staan voor deze woningen, verdwijnen juist uit het landschap. Traditionele schuren maken in hoog tempo plaats voor functionele, rechttoe rechtaan loodsen van damwand, grote uniforme schuren, die vaak zelfs het zicht op de markante en vaak monumentale boerderijen wegnemen. Henk Staghouwer, gedeputeerde bij de provincie Groningen, maakt zich daar zorgen over. Er kwam via de provincie een subsidie waarbij agrariërs een bedrag van 31.000 euro kregen, mits ze hun nieuwe schuur lieten ontwerpen door een architect. Staghouwer: ‘Natuurlijk is het inschakelen van een architect vaak duurder dan een stal uit de catalogus bouwen, daarom nemen wij een deel van de kosten voor onze rekening, om boeren te stimuleren om verder te kijken dan het hier en nu. Een architect heeft nooit een standaardoplossing, die kijkt altijd naar de context, de omgeving, de andere bebouwing. En een architect ontwerpt ook zo dat het op de wens van deze éne boer is toegeschreven.’ De belangstelling voor de subsidie is groot, het project was al snel overtekend. Deels misschien omdat voor 2024 de asbesthoudende golfplaten op alle daken moeten zijn vervangen, dus boeren moeten toch al aan de slag met hun schuren. Maar Staghouwer signaleert vooral oprechte interesse en trots. Staghouwer: ‘Agrariërs zitten vaak al generaties lang op een bedrijf. Zij willen best iets moois maken en dat mooie ook weer doorgeven aan de volgende generatie.’

Opslagloods

De afgelopen 20 jaar is er veel gesloopt en gebouwd op het Groningse platteland, het ene ontwerp geslaagder dan het andere, aldus de gedeputeerde.‘Zo’n langwerpige witte pukkel die aan een boerderij is geplakt, dat is op zich niet een heel mooi plaatje, dat kan anders.’ Veel agrarische bebouwing is natuurlijk functioneel: pootaardappels worden in gestapelde ‘kuubskisten’ opgeslagen en daarom zijn hoge loodsen noodzakelijk. Staghouwer: ‘Een loods voor aardappels kan een vierkante bak zijn waarin je kisten kunt stapelen, maar die staat er wel zo’n 30 jaar misschien. Je kunt er ook anders naar kijken: hoe kun je een functionele opslagloods of stal mooi inpassen in het landschap, die voorbeelden zijn er inmiddels ook.’ Staghouwer: ‘We hopen te komen tot stallen die niet alleen functioneel zijn, maar ook rekening houden met cultuurhistorie en landschap. De weidsheid en openheid van het Groninger landschap zijn heel karakteristiek, die willen we borgen. Maar je kunt ontwikkelingen en schaalvergroting natuurlijk niet op slot zetten.’ De toegangsdeur van oude schuren (de ‘krimp’) is vaak te laag voor de steeds grotere en bredere machines. De heftruck en aardappelrooimachine moeten wel kunnen rijden en keren in de schuur. Staghouwers overtuiging is: als je architecten er naar laat kijken in combinatie met de agrariër, krijg je een perfecte mix van functionaliteit en architectuur. ‘Een kapschuur kan er heel anders uitzien dan je gewend bent en toch heel functioneel zijn.’

Statige boerderijen

Een paar jaar geleden gaf het Groninger Landschap een interviewbundel uit, waarin Groningse boeren vertelden over nieuwbouw of herbouw van hun schuur, waarbij het landschap het uitgangspunt was. Eén van hen, Pyt Sipmauit Engwierum, zei daarin: ‘Als je vroeger door provincie Groningen reed, kon je aan de mooie statige boerderijen zien dat boeren trots waren op hun gebouwen. Mijn advies is om die trots weer terug te brengen door schuren te bouwen die passen in het landschap en bij de oude bebouwing.’ Architect Karin Couwenbergh ontwierp een nieuwe schuur voor ‘zijn’ boerderij, Timpelsteed. De schuur is grotendeels opgebouwd uit geveldamwand en hout. ‘Met gewone materialen is een nietstandaard schuur gebouwd, waarvan de wanden zijn bekleed met hout.’ Als hij vanuit het dorp aan komt fietsen is het een plezier om zijn nieuwe schuren te zien, zegt Sipma. ‘Boeren schaffen vaak hele dure machines aan en dat vinden ze normaal. (…) Persoonlijk en maatschappelijk is een mooie schuur ook veel waard.’

Kop-hals-rompboerderij

Harry Ehrenhard van architectenbureau Rombou kwam een paar jaar geleden in contact met de eigenaren van Lutjebosch, een monumentale kop-hals-rompboerderij in Usquert, die al 200 jaar in handen is van de familie Bos. Ehrenhard: ‘Lutjebosch is een mooie, karaktervolle boerderij. De eigenaar wilde in diezelfde traditionele stijl een schuur laten bouwen. Ik heb meteen gezegd: wat jammer, want dat réd je niet. Het haalt het nooit bij wat er al staat.’ Het ging de boer vooral om functionaliteit, zegt Ehrenhard, maar hij had daarnaast zeker oog voor de omgeving en wilde dat de nieuwe schuur zou passen bij wat er al stond, vandaar dat de opdrachtgever in eerste instantie aan een uitbreiding in dezelfde traditionele stijl dacht. Architect Ehrenhard: ‘We zijn uitgegaan van de hoeveelheid kuubskisten die erin moet, daar moet een jasje omheen. Het gaat om de boer als ondernemer: hij moet zijn bedrijfsvoering goed door kunnen zetten. Een boer wil gewoon goede ruimtes waarin hij kan werken.’ Het ontwerp is absoluut niet traditioneel in vorm en materiaal: de nieuwbouw is overduidelijk eigentijds en bovendien antracietkleurig. Ehrenhard: ‘Ik vind: laat gewoon de tijd zien waarin je werkt. Het bestaande gebouw wordt hier nog mooier van.

Tekst: Anka van Voorthuijsen
Dit artikel is gepubliceerd in ArchitectuurNL nummer 5 van 2017

Gerelateerd

Tags: ,
0 Reacties Schrijf een reactie

    Schrijf een reactie