Schitterend volkspaleis

Inspiratie, Projectanalyse

Schitterend volkspaleis

Door: Kirsten Hannema | 15-07-2014

Na het veelgeprezen Rozet waren de verwachtingen hooggespannen; zou het Eemhuis in Amersfoort net zo goed worden? Het cultuurgebouw, ontworpen door Neutelings Riedijk, is de stralende bekroning van het Eemkwartier en een waar volkspaleis. Toch kun je je niet onttrekken aan de indruk dat het wringt tussen stedenbouw en architectuur.

Amersfoortse keitjes stellen het volgens architect Michiel Riedijk voor, al kan hij zich ook vinden in de symbolische verwijzing naar het schild van drakendoder Sint Joris, de beschermheilige van Amersfoort. Iedereen mag zien wat hij wil in de 24.000 glanzende noppen op de gevels van het Eemhuis, die overigens ook een praktische rol vervullen; ze bedekken de schroeven waarmee de aluminium gevelpanelen bevestigd zijn. Feit is dat de ornamenten het cultuurcentrum letterlijk en figuurlijk ballen geven.

Het Eemplein had dit bouwwerk, waarin de bibliotheek, Scholen in de Kunst, Kunsthal KadE en Archief Eemland gehuisvest zijn, nodig. Het nieuwe plein, dat in 2012 is geopend, is nog niet tot leven gekomen. Een tweehonderd meter lange granieten vlakte is het vooralsnog, geflankeerd door bakstenen gebouwen – gemiddelde architectuur, ontworpen door bekende bureaus als Mecanoo.

Tweede stadshart

De gemeente heeft de ambitie om van dit gebied het ‘tweede stadshart’ van Amersfoort te maken. Het plan, dat stamt uit de periode voor de crisis, komt niet uit het niets. Sinds Amersfoort in de jaren zeventig werd aangewezen als groeistad, en later als Vinexlocatie, verdubbelde het inwoneraantal, van 75.000 in 1970 tot 150.000 nu. Voor al die nieuwe bewoners zijn niet alleen huizen, maar ook winkels, horeca, cultuur en vrijetijdsvoorzieningen nodig. Tegelijkertijd zag de gemeente kansen om het voormalige industrieterrein tegenover de binnenstad – ooit een levendig centrum voor de handel in textiel en graan – te gentrificeren, zoals wethouder Pim van den Berg het noemt, en de stad weer met het water te verbinden. Zo ontstond het idee voor een nieuw stuk binnenstad op deze plek.

In 2003 kreeg het Duitse bureau Bolles + Wilson opdracht om een masterplan te maken voor het Eemkwartier. Ontwerper Peter Wilson voorzag een ruimte die zich op twee manieren opent naar de rivier, met een divergerend perspectief en een langzaam aflopende helling richting de kade. De pleinwanden, ontworpen door Mecanoo (woon-winkelgebouw), Dick van Gameren (inmiddels ook Mecanoo, horecagebouw), Drost en Van Veen (woningen), Rijnboutt Van der Vossen (bioscoop) en O’Donnell + Tuomey (woningbouw, nog te realiseren) zouden, net als in het historische centrum, uit metselwerk opgetrokken worden. Bureau Sant en Co werkte het plein uit, met trappen en groen, de auto’s verdwenen in een ondergrondse parkeergarage. Het Eemhuis moest de bekroning van de nieuwe buurt worden.

Neutelings Riedijk was niet onverdeeld gelukkig met Wilson’s plan, dat de vorm en hoogte van de gebouwen in belangrijke mate dicteert. Zo zaten de architecten opgescheept met de parkeerkelder onder het Eemhuis en werden zij geacht de schuine lijn uit het plein over te nemen in de voorgevel. Het idee om voor de verschillende gebruikers een trio panden naast elkaar te ontwerpen, beviel de architecten niet; zo zou het cultuurcentrum letterlijk in stukken uiteen vallen. Riedijk stelde voor om de functies op elkaar te stapelen: de kunsthal in de bakstenen plint, de bibliotheek en het archief in het glazen middengedeelte, het kunstonderwijs in de drie zilveren ‘repen’ op het dak. Op die manier zijn de instellingen gedwongen om samen te werken – met de huidige bezuinigingen onontkoombaar – terwijl zij van elkaars publiek profiteren.

Het Eemhuis heeft uiteindelijk wel drie voordeuren gekregen aan het plein: een voor Kunsthal KAdE, een voor het café-restaurant en een voor de bibliotheek, van waaruit het archief en Scholen in de Kunsten zijn ontsloten. KAdE, een collectief van kunstinstellingen, is georganiseerd rond een grote expositiehal die half in de grond verzonken is. Oorspronkelijk zou poppodium De Kelder verhuizen naar deze ruimte, maar in 2011 – de bouw was al in volle gang – bleek dat financieel niet langer haalbaar en werd hun plek in het Eemhuis aan de Kunsthal gegund. De grote zaal heeft zodoende geen daglicht, wat de architecten slim hebben ondervangen met vierkante kunstverlichting – net daklichten – en luiken. Eromheen ligt een aaneenschakeling van kleinere expositieruimtes, dankzij de verrolbare binnenwanden om te vormen tot een ‘catwalk’. Met deze flexibele opzet zijn allerlei ruimtelijke scenario’s en tentoonstellingen denkbaar.

Promenade architecturale

De Grande Entree is voor de bibliotheek: onder een stralende ‘sterrenhemel’ – de aluminium bollengevel die naar binnen is doorgetrokken – strekt zich een reusachtige trappartij naar boven toe uit. Deze multifunctionele ruimte – leesplein, trefpunt en podium ineen – is de troef van het Eemhuis. De brede houten treden, met uitzicht op stad, nodigen uit om je te installeren achter een computer of boek. De balkons die de verschillende gebruikers aan deze ruimte hebben, maken het bij uitstek een ontmoetingsplek. En tegelijkertijd is het een geweldige speelruimte ‒ Riedijk ziet al voor zich hoe kinderen straks van de trapleuningen glijden. Vrijwel vast staat dat dit publieke interieur, waar bezoekers van tien uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds terecht kunnen, sociaal net zo zal sprankelen als het plafond.

Boven dat plafond bevindt zich het depot van Archief Eemland; bij gebrek aan ruimte in de kelder is dit als een ‘schatkist’ midden in het gebouw geplaatst. Constructief lastig – op de zeven strekkende kilometer planklengte rust een enorm gewicht ‒ maar het voordeel is dat het archief hier meer contact heeft met het publiek. Vanuit de bibliotheek kijk je zó de informele leesruimte binnen, terwijl aan de spoorzijde een ‘stille’ studiezaal is gemaakt. Op zijn oude locatie aan het Stadhuisplein kwamen jaarlijks 10.000 mensen; dat aantal zal op deze plek – het Eemhuis verwacht 500.000 bezoekers ‒ ongetwijfeld groeien.

Studenten, cursisten en docenten bereiken de Scholen voor de Kunsten via het trappenhuis, een bescheiden promenade architecturale. De school is thematisch verdeeld over de drie bouwvolumes, met muziek, theater/dans en plastische kunst. Daartussen zijn twee binnenpleinen gecreëerd, een voor exposities, het andere met een restauratie. Op de dakterrassen aan deze pleinen kan in de openlucht onderwijs gegeven worden. Het is duidelijk dat op dit punt in het gebouw de bovengrens van het budget – opgelopen van 28 tot ruim 55 miljoen euro – was bereikt. De lokalen zijn minimaal afgewerkt, de installaties in het zicht gelaten. Desondanks zijn het prettige ruimtes geworden, royaal van maat, en met zaagtanddaken waardoor veel daglicht binnenvalt.

Het is moeilijk om het Eemhuis niet te vergelijken met Rozet, het project dat Neutelings Riedijk vorig jaar in Arnhem opleverde. De gebouwen omvatten eenzelfde programma, zijn beiden ingezet als aanjager van stedelijke vernieuwing en georganiseerd rond een publiek interieur. En de verwachtingen waren na alle positieve kritiek voor Rozet hooggespannen. In dat ontwerp wisten de architecten een ingewikkelde ‘puzzel’ briljant op te lossen, in een iconisch gebouw dat zich voegt in het stedelijk weefsel.

In het Eemhuis kun je je niet onttrekken aan de indruk dat het is blijven wringen tussen architectuur en stedenbouw. Zoals op de trap door de bibliotheek, waar Neutelings Riedijk zich met hand en tand heeft verzet tegen Wilson’s diagonalen, en de kolommen in de façade orthogonaal naar binnen steken, wat een ongemakkelijke ruimte oplevert. En hoe sterk het beeld van de zilveren ‘kroon’ op het gebouw ook is, als architectonische entiteit is de combinatie van baksteen, glas en aluminium minder overtuigend.

Het doet niets af aan de betekenis van dit gebouw voor Amersfoort. Met zijn vele functies, glanzende gevels en openbare binnenruimte is het Eemhuis een verrijking voor de stad. Een gebouw dat optimisme uitstraalt, en waar bovenal een goede sfeer hangt. Neutelings Riedijk is erin geslaagd een cultuurtempel te maken die voelt als een huiskamer, een waar volkspaleis.

Tekst: Kirsten Hannema
Fotografie: Scagliola Brakkee, Jacqueline Knudsen

Gerelateerd

Tags:

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.