Landschapsarchitectuur kan thuisgevoel stimuleren

Interview

Landschapsarchitectuur kan thuisgevoel stimuleren

Door: Peter de Winter | 30-04-2019

Hét verschil tussen architectuur en landschapsarchitectuur is dat de kracht van een gebouw vanaf de oplevering zichtbaar is. Een landschap ontvouwt zijn schoonheid pas na jaren. Wat dát betreft ziet Michiel van Driessche een kentering. Zeker in de stedelijke context willen opdrachtgevers het eindbeeld versnellen door te investeren in volwassen beplanting. Die trend gaat gepaard met een groeiend bewustzijn over de meerwaarde die landschap aan een projectontwikkeling kan toevoegen. Van Driessche is de 36e kandidaat in de interviewestafette.

Voordat we ons gesprek beginnen, geef ik landschapsarchitect Michiel van Driessche van Felixx Landscape Architects & Planners uit Rotterdam het gedicht ‘Tuinarchitect’ van Gerrit Achterberg te lezen. Hij kent het niet. De eerste regels luiden: ‘Het is de boom al over honderd jaar als hij hem plant en op zijn hurken zit. Dan wonen andere mensen waar hij dit afbakent met een indirect gebaar. Hij maakt nu vast hun wandelingen klaar; een in de tijd vooruitgeschoven lid van ’t leven strevend naar een ver doelwit, alleen voor deze ogen openbaar.’ Een mooi vers, vindt hij, dat gaat over verbeeldingskracht. ‘Het geeft precies aan waar het grootste verschil zit tussen een architect en een landschapsontwerper: de tijdskaders waarin we werken. De kracht van een gebouwontwerp is direct vanaf de dag van oplevering zichtbaar. Een goed ontworpen landschap ontvouwt zijn schoonheid pas na jaren. Uiteraard doet de tijd ook iets met een gebouw, maar niet zo ingrijpend als wanneer je een landschap tot wasdom ziet komen.’

Wat zeggen de woorden verder over je werk?

Het gedicht brengt me direct op een zeker ongeduld dat ik bij steeds meer opdrachtgevers zie. Zeker in een stedelijke context wil men het eindbeeld versnellen door te investeren in volwassen beplanting. Dat merken we bij aanbestedingen en tenders. Het lijkt een trend die gepaard gaat met meer aandacht voor ons vak en het bewustzijn onder opdrachtgevers en ontwikkelaars van de meerwaarde die je met landschappelijke elementen aan een project kunt toevoegen. Soms ook spelen gemeentes mee door een rol voor een landschapsarchitect te eisen als onderdeel van een gebiedsontwikkeling. Gevolg hiervan is dat er vaak meer financiële middelen beschikbaar zijn en dat is beslist noodzakelijk om een versneld eindbeeld te kunnen realiseren. Grote bomen zijn nou eenmaal duurder dan kleine. Je begrijpt dat deze trend voor ons een heel prettig klimaat creëert om in te werken.

Wat voegt landschap dan toe?

Onderscheidend karakter en belevingswaarde. Maar landschap kan ookeen publieke waarde aan een ontwikkeling toevoegen. Vooral als het gaat om binnenstedelijke locaties. Het is belangrijk dat er niet alleen kubieke meters gebouw ingepast worden, maar ook een kwalitatief goede publieke ruimte. Als je dat vergeet, creëer je verblijfsgebieden waar geen mens graag komt en dat is kortzichtig. Geld en aandacht voor landschap is een langetermijn investering die zich dubbel en dwars terugverdient omdat de hele omgeving ervan kan profiteren.

Wat wil je bij de wandelaar teweeg brengen?

Dat hangt erg af van de plek in de stad en aan wat de opgave is. Rond een zorgcomplex bedenk je een ander landschap dan wanneer je je buigt over de omgeving van een station. Wat we altijd nastreven, is een gevoel van herkenning. Een landschap kan bijdragen aan het specifiek maken van een gebied. Een goed ontworpen landschap kan, in samenhang met de gebouwen, de mensen die er doorheen lopen helpen zich te oriënteren en zich er tegelijkertijd thuis te voelen.

Wie is Michiel Driessche en wat drijft hem?

Ik ben als landschapsarchitect opgeleid in Gent en Amsterdam. Vijf jaar geleden begon ik samen met Marnix Vink en Deborah Lambert bureau Felixx. Het bedrijf groeit voorspoedig. Inmiddels hebben we 25 mannen en vrouwen in dienst. Het bureau is vernoemd naar onze zelfverklaarde, bescheiden held Felixx die de wereld rondreist en zoekt naar kansen om gelukkige omgevingen te realiseren. We zijn het bureau gestart omdat we zochten naar het antwoord op de vraag wat de rol van landschapsarchitectuur specifiek en de planning van de ruimtelijke omgeving in het algemeen kan zijn op de hedendaagse maatschappelijke opgaves. Gevolg daarvan is dat Felixx geen plannen verkoopt, maar engagement. We zoeken dan ook naar plekken die we met onze landschappelijke opvattingen net iets mooier én slimmer kunnen maken.Wij onderzoeken de toekomst van de mobiliteit en gaan op zoek naar wat wij daaraan kunnen bijdragen.

Waarom ben je landschapsarchitect geworden?

Mijn ouders hadden een boomkwekerij en hoveniersbedrijf in België. Daardoor ben ik landschapsarchitectuur gaan studeren. Aanvankelijk in België, maar later ook in Nederland. Dat laatste was een verrijking. In mijn eigen studietijd in België ging het vooral over tuinen en parken terwijl ik tijdens mijn stage in Nederland in aanraking kwam met de planologische schaal en de grotere ontwerpopgaven die daarmee samengaan. Dat sprak me enorm aan. Je kunt hier op allerlei schaalniveaus opereren.

Wat kenmerkt Felixx?

We hebben bewust gekozen voor een bureau dat werkt op alle schaalniveaus over de volle breedte van het spectrum. Zo ontwerpen we straatmeubilair, maar houden we ons ook bezig met grootschalig ruimtelijk onderzoek, masterplanopgaves, strategische transformatieprojecten en we werken in de openbare ruimte aan straten, parken of pleinen en de links die je daartussen kunt leggen. Om dat te kunnen behappen, hebben we veel expertises in huis. Uiteraard zitten hier landschapsarchitecten, maar ook stedenbouwers, architecten, wetenschappelijk onderzoekers en productontwikkelaars. Een gemixte groep waarmee we de wereld aankunnen. Ondanks die rijke variatie aan vakgebieden noemen we ons toch monodisciplinair omdat al die mensen in dienst staan van het landschap. Ruim 90 procent van onze opdrachten zijn samenwerkingen. We ontwerpen nooit een louter stedenbouwkundig of architectonisch plan. Felixx staat altijd in dienst van het landschap. Ik merk dat die aanpak ons een makkelijke of in elk geval interessante partner maakt om mee samen te werken. Ons doel is dan ook zo compleet mogelijk te zijn in de landschapsdiscipline.

Pakken jullie urgente wereldwijde uitdagingen aan met lokaal ingebedde oplossingen?

Vraagstukken rond klimaat, migratie, stadsklimaat, gezondheid, water komen op vrijwel alle plekken in de wereld voor. Daarom werken we ook
internationaal. Uiteraard is de wateropgave in Nederland anders dan die in Bangladesh of Myanmar, maar er zijn ook veel parallellen. Wat wij graag onderzoeken, is welke generieke vraagstukken ze delen en wat de locatiespecifieke aspecten zijn aan opgaves en hoe we die kunnen oplossen. We werken daartoe samen met onderzoeksinstituten om antwoorden te formuleren op gedeelde opgaves en te leren uit de ervaring daarmee op verschillende plekken. Daarnaast zoeken we steeds de samenwerking op met sterke lokale partners om die kennis te vertalen naar gebiedseigen ingrepen en ontwerpen. Je moet begrijpen wat nodig is voor een beheersbaar systeem in Nederland, Bangladesh, maar ook in Myanmar.

Speelt meer variëteit aan soorten, ecosystemen en landschappen een rol in jullie werk?

Beslist. Het belang van natuur en ecologische processen mag je nooit onderschatten bij het plannen van landschappen. Sterker nog: het herintegreren van natuur in stedelijke landschappen is een van de pijlers van ons bureau. Opgaves waar we nu voor staan, dwingen ons ertoe omgevingen te maken die niet eendimensionaal zijn. Dus we realiseren niet alleen maar gebruiksplekken of natuur of productielocaties. We zullen slimmere en complexere landschappen moeten gaan maken waarmee je verschillende systemen met elkaar verbindt. Dat verbinden vind je terug in al onze projecten en op alle schaalniveaus. We maken prachtige plekken om te verblijven die tegelijkertijd de waterhuishouding op orde houden, de biodiversiteit verbreden en het stadsklimaat veraangenamen. We benaderen het landschap dan ook als een technische machine die zaken als waterbuffering, riolering, irrigatie, waterlopen en waterafvoer, maar ook hittestress, fijnstofproblematiek en andere zaken rond het stadsklimaat beheersbaar maakt. Dat is de technische kant. Nuchtere ingenieurskunst. Aan de andere kant zijn onze landschappen uitbundig ontworpen. We zijn creatieve landschapsarchitecten nietwaar, nietwaar? Die nuchtere én frivole ontwerpbenadering is kenmerkend voor ons bureau.

Heeft Felixx een eigen handschrift?

Nee, en dat willen we ook helemaal niet. De enige continuïteit in ons werk zit in positiviteit waarmee we opdrachten benaderen. Ons bureau is in eerste instantie opgezet als een zoektocht naar de rol die we als landschapsarchitect willen spelen nu en in de toekomst. Dat is een dynamisch proces en daar hoort wat ons betreft geen vast handschrift bij,anders dan dat onze ontwerpen uitbundig zijn en technisch ingenieus in elkaar zitten. Daarom heten we ook Felixx en niet bureau Vink, Lambert,Driessche. Die naam neutraliseert de ego’s.
Landschapsarchitectuur gaat namelijk niet over ons en een bureau is slechts een middel. Toch is het vak supernoodzakelijk om antwoorden te formuleren op de maatschappelijke vraagstukken waar we voor staan. Dat lukt veel beter als je ego je niet in de weg staat. Een handschrift past volgens ons niet bij een landschap.

Waar sta je over twintig jaar?

We willen wereldwijd actief betrokken zijn bij de herorganisatie van binnensteden en plattelanden die aansluiten op de gezonde samenleving
die ons voor ogen staat. Daarnaast willen geen rol in de marge spelen, maar impact hebben. Die weg zijn we vijf jaar geleden ingeslagen en die blijven we volgen. We willen bovendien grote projecten draaien en daarom groeit ons bureau bewust ook snel. Om wereldwijd te kunnen werken en te anticiperen op de actualiteit van vandaag en morgen, heb je een groot team nodig. Waar het eindigt en hoe groot we over twintig jaar zijn, weet ik niet, maar dat we gaan groeien staat vast.

Tot slot. Wie van de oudere generatie wil je dat ik ga interviewen en waarover moet het gesprek gaan?

Ik stuur je naar John Körmeling. Wij proberen vorm te geven aan de maatschappelijke rol van ons vak. Körmeling deed dat op een heel andere, provocatieve manier in het verleden ook. Ik ben benieuwd naar hoe hij kijkt naar de maatschappelijke rol die ontwerpers vandaag op zich nemen en hoe hij die heeft zien evolueren. Vraag hem ook naar zijn toekomstverwachtingen voor het vak.



Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Ontvang iedere week het laatste nieuws en informatie op het gebied van architectuur in uw mailbox.

Gerelateerd

Tags: , , ,

    Schrijf een reactie

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.